Een van die decadente periodes in mijn leven was onze reis naar Cuba in 2006. In een derdewereldland kon ook ik leven als een koning: na een week of twee reageerde ik nogal blasé, toen een restauranthouder me vroeg of we misschien zin hadden om kreeft te eten. Alweer?
We hadden om de dag kreeft gegeten. Dat had steeds zo’n zeven dollar gekost, ook toen al geen geld.
Ik moest daar even aan denken toen ik in het herfstnummer van Intelligent life (het magazine van The Economist) las dat aan het begin van de vorige eeuw er in Maine een wet was, die het gevangenissen verbood om de gevangenen vaker dan eenmaal per week kreeft te serveren. Dat kon je natuurlijk niet maken.







