Bangkok

Toch nog wat tijd om jullie weer evenbij te praten. E. is — rara — in een massagesalon, voor een voetmassage ditmaal, en ik had zin om even te internetten. Donderdag, nadat ik aan de geurnetten van die ongewassen Australiër ontsnapt was, zijn E. en ik per tuktuk naar het Tonle Sap gebracht, dat grote meer waarover ik al schreef. Dat was een hele belevenis, omdat er inderdaad een compleet drijvend dorp was, met drijvende kerken, scholen, varende politie, alles kortom. Veel bedelende ventjes ook, die rondpeddelden in kuipen of tobbes. En fish farms: grote houten kooien die voor driekwart onder water dreven. In die kooien worden vissen of krokodillen gekweekt, tot ze groot genoeg zijn om verkocht te worden. Ook hier geldt dat de foto’s vermoedelijk meer zeggen. Gisterochtend hadden we een vluchtje van nog geen uur van Siem Reap naar Bangkok. We zijn hier in een soort backpackersparadijs aangeland: Khao San Road, een lange straat vol winkeltjes, restaurants en bars, en heel, heel veel Westerlingen. Het is hier hangin’ out dat de klok slaat, en drinken tot in de kleine uurtjes. Betrekkelijk weerzinwekkend al met al, maar — niet doorvertellen — we hebben ons kostelijk geamuseerd. Flink geshopt (ik heb me zelfs een driekwartbroek aangeschaft, die echter een beetje als vijfachtstebroek uitpakt), biertje gedronken, Aziatisch snackje erbij etc. etc. ’s Avonds zijn we naar een markt elders in de stad geweest, die vooral bekend staat om de etablissementen van lichte zeden die eromheen liggen. Er wordt je daar bij voortduring gevraagd of je een pingpongshow wil zien, iets wat ik niet ga uitleggen, en waar wij feestelijk voor bedankt hebben. Vervolgens terug richting ons hotel, in de buurt van Khao San Road, waar we op straat, gelegen in strandstoelen, wat Sambuca’s resp. Caipiroshka’s hebben gedronken. Proost! Vanochtend waren we vroeg uit de veren. Eerst hebben we een boottochtje door de Klongs gemaakt, zeg maar de waterwegen van Bangkok, waar druk op gewoond en gewerkt wordt. We zagen overigens ook nog twee krokodillen en een gigantische slang of hagedisachtige, dus ook voor wildlife bezoeke men Bangkok. Bij Wat Pho hebben we onszelf nog maar eens getracteerd op een Thaise massage. Die van mij was zo spijkerhard, dat ik het maar net volhield. In Wat Pho bevindt zich ook de beroemde liggende Boeddha, die we uiteraard goed bekeken hebben. Dadelijk gaan we misschien nog een héél klein beetje shoppen, een hapje Japans eten (al smaakt het eten in de stalletjes langs de straat heerlijk) en dan moeten we ons langzaamaan eens gaan vervoegen bij onze voormalige nationale luchtvaartmaatschappij.

Reageer

Uw e-mailadres wordt niet aan anderen verstrekt. Verplichte velden worden aangegeven met een *.

*
*
אורן יומטוב