Siem Reap (2)
Vanuit een warm en zonnig Siem Reap weer een hartelijke groet! Na drie dagen Angkor hebben we vandaag een rustig dagje gepland. E. wordt op dit moment door een blinde masseur onder handen genomen en ik zal proberen jullie een klein beetje op de hoogte te brengen van onze ervaringen. Vanmiddag willen we nog een kort tochtje gaan maken op Tonle Sap, het grootste meer van Zuidoost Azië, waar complete dorpen schijnen te drijven, inclusief vee en zo. Moet erg mooi zijn. Morgen vliegen we terug naar Bangkok, waar we ruim 24 uur hebben, waarna de vakantie er al weer op zit.
Maar waar was ik gebleven? Het
landmijnenmuseum jl. zondag. Dat was me wat. Het is opgezet door een man die als kindsoldaat eerst voor de Rode Khmer en later voor het leger als mijnenlegger heeft gewerkt. Later is hij als mijnenruimer gaan werken en enkele maanden geleden heeft hij een break even point bereikt: evenveel mijnen geruimd als gelegd: ca. 20000, naar verluidt. Het museum is gratis toegankelijk, maar een donatie wordt op prijs gesteld, zeker omdat de overheid zijn museum het liefst ziet verdwijnen. De meest corrupte en valse staaltjes worden daartoe uitgehaald. Zo is er dank zij Amerikaanse universiteiten en de Canadese overheid geld verzameld, is er een ontwerp plus bouwtekeningen gemaakt, was met andere woorden alles klaar om het museum onder te brengen in een gloednieuw gebouw, ter vervanging van de lekke keet waarmee men zich nu behelpt, — komt de regering met nog even drie nieuwe eisen:
- Wanneer het nieuwe museum gebouwd is, moet het verkocht worden aan de overheid.
- Het museum moet de hele boel weer huren van de overheid.
- Alle opbrengsten van het museum moeten worden overgemaakt naar de overheid.
Een onvervalste rattenstreek, als je het mij vraagt, allemaal bedoeld om de boel te frustreren. Ik schat dat de vele objectieve informatie die het museum over mijnen geeft, niet vleiend is voor alle machthebbers in dit nog steeds niet zo frisse land.
Na het museum zijn we naar Angkor gereden voor de zonsondergang. Ook hier is het — jazeker — regenseizoen, dus de zonsondergang viel een beetje in het water (har har har). De busladingen Japanners die niets en niemand ziende om mij heen krioelden, hadden het met de baleinen van hun plu’s ook nog eens op mijn oogballen voorzien, wat de kennismaking met Angkor er niet gezelliger op maakte.
Op maandag kwam dat gelukkig allemaal nog goed. Met z’n vijven (Jolien, haar vriendin Maaike en onze Engelsman die Cameron blijkt te heten) zijn we in twe tuktuks naar het hoogtepunt van de Khmer-architectuur Wat Angkor gereden. De architectuur van deze tempel stelt het beeld van hemel en aarde voor uit de Brahmanistische tijd: de slotgracht is de oceaan die de aarde omringt. Daarbinnen bevond zich de stad (gebouwd met minder tegen de tijd bestande materialen en dus nu verdwenen). De tempel was gebouwd als huis van de goden, vandaar de steile trappen en hoge drempels. De grondvorm ervan is een piramide, bestaande uit oplopende terrassen. Die stelden weer het gebergte voor om de godenberg Meru, die zelf weer verbeeld werd door de beroemde vijf torens van Wat Angkor. Die torens zitten sinds jaar en dag, en ook vandaag nog, in de Cambodjaanse vlag, en zijn daarnaast te zien in een film als
Apocalypse now.
Al met al een prachtige tempel dus. We hebben er nog vele gezien de afgelopen dagen. Er is er een (de naam ben ik even kwijt) die ze zoveel mogelijk in de staat laten, waarin hij werd gevonden door de Fransen. Het is het ultieme beeld van de ruïneromantiek: door bomen en lianen overwoekerde muren, bergen brokstukken tegen een pittoreske jungle-achtergrond. Ik voel me eigenlijk niet in staat een adequate beschrijving te geven van alle prachtigs. Dat moeten de foto’s maar doen. We zijn maandag met twee lege geheugenkaartjes aan Angkor begonnen, inmiddels heb ik alweer de tweede cd laten branden. Een ruime 250 foto’s hebben we wel geschoten in drie dagen.
Ik ga zo E. maar eens ophalen bij de blinden. (Er zit hier bovendien een dusdanig ongewassen Australische backpacker naast me te tikken, dat mijn ogen beginnen te prikken…) Het volgende bericht zal ik waarschijnlijk met bloedend hart van achter mijn eigen pc’tje thuis verzenden.