Curaçao (5) – timing is alles

Timing is alles. Het is zo’n beetje regenseizoen hier, maar echt last hebben we er nog niet van gehad. Het was doorgaans wel bewolkt, maar dat kwam juist goed uit: het bleef gewoon 27 graden en verbranden ging wat minder hard. Nu — we liggen aan het zwembad tot onze shuttle naar de luchthaven vertrekt — hebben we voor het eerst een echte hoosbui achter de rug. Wij zaten gelukkig te loungen in de lobby, dus hebben geen spat gevoeld.

Curaçao (4)

Gisteren kon ik mijn verslag van mijn dagje duiken helaas niet voltooien, dus volgt nu het relaas over de tweede duik, bij Mushroom Forest.

Het grote verschil met Coral Garden zijn de grote, paddelstoelvormige koraalformaties, waaraan de site zijn naam te danken heeft. Het koraal is ook hier weer uitzonderlijk gaaf en de vispopulatie is even uitgebreid. Deze duik is een beetje de duik van de gebrekkige communicatie geworden. Ik zag van alles, maar ik zwom achteraan en kreeg geen aandacht van mijn mede-duikers (mede vanwege de hoge snelheid waarmee onze divemaster ons aanvoerde), zodat ik dus van allerlei opvallende vissen alleen diende te genieten. Om te beginnen vond ik een green moray verstopt in een koraalformatie. Deze vondst kon ik in elk geval nog aanwijzen aan een duiker van de andere groep. De chain moray die ik even later zag, en de porcupine fish aan het einde van de duik, zag ik wel helemaal alleen. Gedeelde vondsten van onze groep waren een scorpion fish, twee gigantische kreeften en een tweede green moray.

Hoewel het bij twee duiken gebleven is op deze vakantie, ben ik erg te spreken over het duiken op Curaçao. Bonaire is meer een echt duikeiland, dus dat heeft uiteraard de voorkeur, maar Curaçao doet wat betreft de onderwaterwereld niet veel voor Bonaire onder. Afgezien van het duiken vind ik Bonaire wat sfeervoller dan Curaçao. Curaçao is te veel gericht op Nederlanders (overal Heineken, Amstel, Telegraaf en Senseo) en Amerikaanse cruise-toeristen. Er is wel wat meer te doen dan op Bonaire. Duik je niet, dan is een week wel het maximum op Bonaire, terwijl je op Curaçao gemakkelijk langer kunt blijven. Anderzijds: op Bonaire eet je beter voor minder geld.

Kortom: ook Curaçao beveel ik van harte aan.

Curaçao (3)

Gisteren heb ik dan alsnog gedoken. Ik zeg ‘ik’, want E. heeft alleen gesnorkeld, vanwege misselijkheid/zeeziekte. We gingen met een boot op pad, met Diveversity, dat hier een paar minuten lopen vandaan zit, naast Hook’s Hut. Het was een volledig Nederlands gezelschap, maar we zijn er al aangewend dat we hier praktisch in eigen land op vakantie zijn. Het was een anderhalf uur varen, naar twee duikstekken die als zeer bijzonder werden aangekondigd. Als bonus zouden we tussen de twee duiken door de Blue Room — een bescheiden hoogtepunt van Curaçao — in kunnen.

Dat klonk goed, dus ’s ochtends waren we op tijd aanwezig om wet suits te passen. Het materiaal zag er perfect uit en de boot had twee dekken, zodat je buiten de zon kon zitten. De vaart naar de sites was heerlijk: de zee was kalm en het uitzicht op de zuidkust van het eiland afwisselend. Toen we gearriveerd waren, besloten we in twee groepen te gaan: ikzelf ging met de divemaster met twee minder ervaren duikers. Het was niet heel zonnig, wat mooi, diffuus licht gaf en het zicht was erg goed. Een van mijn mede-duikers had wat problemen met klaren (hij ging wel heel snel verticaal op de eerste paar meter), maar kon na een tijdje boven ons meezwemmen alsnog aansluiten.

De eerste site heette Coral Garden en had mooi en gezond koraal. Net als op Bonaire was er heel veel vis, met name de kleinere soorten. Mijn vrienden de goatfish, lizardfish en squirrelfish waren goed vertegenwoordigd. We hadden een goede score qua murenen: een chain moray, een yellow spotted moray en een green moray. Het mooiste kwam aan het eind: de twee minder ervaren duikers waren al vrijwel door hun lucht heen en omdat ik nog bijna een halve tank had, maakten de divemaster en ik getweeën nog een rondje. Er zwom gedurende een paar minuten een porcupine fish met ons mee, op een gegeven moment niet meer dan twee meter van me vandaan. Het zijn normaal nogal schuwe beesten, maar misschien wordt deze wel gevoerd zodat hij aan mensen gewend was. Andere mogelijkheid: we zwommen allebei zo rustig (alleen rustig slaand met onze vinnen) dat we geen bedreigende indruk maakten.

Met alle duikers plus enkele snorkelaars, onder wie E., zwommen we na de eerste duik naar de Blue Room, een grot in de rots, waar je vanuit zee in kunt zwemmen. Je denkt aan een tunnel, maar dat is het niet. Als er geen golfslag zou zijn, of als je goed weet te timen, dan kun je er met en hoofd boven water in zwemmen. De zee was inmiddels wat onrustiger geworden, zodat het wel nodig was om een paar meter onder water te zwemmen om in de grot te komen. Het is een heel flinke ruimte, waar je wel twee bussen in kwijt kunt. Er valt geen zonlicht binnen, de verlichting is indirect, via het water en de zanderige bodem van de zee. Het is is dan ook blauwig, vandaar de naam van de grot. Soms komt er met zoveel kracht zoveel water in de grot, dat een deel van de lucht eruit wordt geperst. Van buiten zie je het er dan uit spuiten. Als je in de grot bent, voel je het toenemen van de luchtdruk op je trommelvliezen. Het is kortom absoluut een aanrader, deze Blauwe Kamer.

Curaçao (2)

Het blijft hier maar heerlijk. We hebben gedurende twee dagen een auto gehuurd, waarbij we het gemak hadden dat een van de drie ophaalpunten van Hertz op het terrein van Floris Suite, ons hotel, is. Zaterdagochtend zijn we dus in onze Hyundai (een automaat — even wennen) naar de Westpunt van het eiland gereden. We hebben de route gereden van het nationale park St Christoffel, een mooie rit door tamelijk ruige heuvels, waar het werkelijk vergeeft van de hagedissen. Aan het eind liep er een behoorlijk grote vogel op het pad vóór ons, volgens mij een arend van een of andere soort. E. achtte het onwaarschijnlijk dat het inderdaad een arend was, maar kon geen andere determinering geven. Tot nader order houd ik het op een arend.

Aan het eind van de dag hebben we in een baai aan de zuidkust van het eiland gesnorkeld. Het zag er bij voorbaat niet heel veelbelovend uit, maar het bleek alleszins mee te vallen met het leven onder water. Veel vis, onder meer een black triggerfish.

Ons tochtje van gisteren ging kriskras over het eiland, van de grotten van Hato, via een poging tot het bezoeken van een landhuis in Willemstad (het was gesloten), naar de inmiddels niet meer gebruikte zoutpannen bij St Willebrordus om ten slotte wat te eten en te snorkelen bij een plaatselijk strandje. Veel vis wederom, onder meer een peocock flounder en een nogal agressieve jonge barracuda.

Gisteravond hebben we Indisch gegeten in Willemstad en vanochtend zijn we snel nog even naar supermarkt Centrum gereden, alvorens de auto in te leveren. Vanavond gaan we namelijk koken. Best leuk, zo voor de afwisseling.

Curaçao (1)

Hier was ik aan toe!

Het is alweer onze tweede dag op Curaçao en heel langzaam raak ik gewend aan een levenstempo dat flink lager ligt dan de afgelopen maanden. Pas enkele dagen voor vertrek zag ik in dat ik wel erg veel heb gerend de laatste tijd. Nu E. weer in Groningen komt wonen, ziet het ernaar uit dat de reiskilometers wat af zullen nemen, wat een groot verschil zal maken.

Curaçao, hoewel veel drukker, doet op allerlei manieren denken aan Bonaire: de mix van Latijns-Amerikaanse, Noord-Amerikaanse en Nederlandse elementen bijvoorbeeld. Ik blijf Nederlandse bewegwijzering en stoplichten tussen de palmen een bizarre, maar vrolijk stemmende combinatie vinden.

Voorlopig doen we niet veel vermeldenswaardigs. Gister hebben we Willemstad bezocht, er wat inkopen gedaan en koffie gedronken. Eind van de dag hebben we aan het strand gelegen bij Hook’s Hut. We wilden er ook eten, maar we zaten onder een boom waar kevers uit vielen. Daarom hebben we, evenals op de avond van aankomst, in het restaurant van ons hotel gegeten. Met name de eerste avond was het eten heerlijk.

Vandaag hebben we eigenlijk niets gedaan. Bij het zwembad gelegen en boeken gelezen. Ik ben Doctor Faustus maar weer eens aan het herlezen en ik schrijf aan een stukje over het ontstaan bij Mulisch van het volstrekte leven uit de problematiek van schepper en schepsel, zoals die speelt in archibald strohalm. Rondom het volstrekte leven heb ik trouwens recentelijk een vrij spectaculaire ontdekking gedaan, waarover ik tot nader order zal zwijgen.

Nu ga ik met de camera achter een stel leguanen aan. En dan weer wat lezen.

Wat hebben we het weer slecht, om een Nijmeegse wijnhandelaar te citeren.

אורן יומטוב